Leren reflecteren
literatuur over leren reflecten / leren voor zelfreflectie van Terugspeeltheater Amsterdam (Theatergroep)
Bron: FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN
PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN te Gent
Vakgroep Onderwijskunde / Lerarenopleiding
CITAAT 1:
BELANG VAN HET REFLECTEREN
• Een opleidingsmodel dat eenzijdig de nadruk zou leggen op theorie van buitenaf, of dat
studenten oplossingen aanbiedt in de zin van “recepten”, is een model dat niet
beantwoordt aan de steeds weer veranderende omstandigheden waarin het onderwijs
opereert. Studenten die de opleiding verlaten dienen over metacognitieve vaardigheden
en een grondhouding te beschikken om het eigen didactisch en pedagogisch handelen in
vraag te stellen en zelfstandig antwoorden te vinden op nieuwe vragen die
onvermijdelijk zullen opduiken in de toekomstige praktijk. De kennis en vaardigheden
die in de opleiding zijn ontwikkeld dienen immers steeds bevraagd vanuit de specifieke
klas- en schoolcontext waarin de leerkracht functioneert.
• De professionele ontwikkeling van leerkrachten is dus een proces van voortdurende
groei. De opleiding kan slechts een startcompetentie bijbrengen. Reflectieve
(metacognitieve) vaardigheden zijn een voorwaarde om te kunnen groeien tot
volwaardige leerkrachten die het onderwijsgebeuren kunnen analyseren en hieruit
consequenties kunnen trekken voor het eigen didactisch en pedagogisch handelen. Zij
zijn een voorwaarde om de eigen opvattingen en onderwijsconcepten te onderkennen en
ze te relateren aan de wetenschappelijke theorievorming, om een eigen stijl te kunnen
ontwikkelen en te werken aan de eigen professionele ontwikkeling.
• Leerkrachten moeten, overeenkomstig het beroepsprofiel, hun onderwijs ook kunnen
verantwoorden tegenover anderen (ouders, collega's, leerlingen, ...). Door het
reflecteren wordt het eigen handelen meer doorzichtig, wat dus overleg en
verantwoording mogelijk maakt. Leerkrachten getuigen hierdoor van een meer open en
uitgebreide professionaliteit.
• In een emancipatorische onderwijsvisie die nadruk legt op actief en zelfstandig leren en
de ontwikkeling van verantwoordelijkheid en kritische zin bij leerlingen, kan verwacht
worden dat de leerkracht een voorbeeldfunctie heeft wat betreft een reflecterende,
kritische houding.
• Leerkrachten die de attitude bezitten te reflecteren over het eigen onderwijsgedrag,
staan meer open voor vernieuwing. Ze lopen minder het gevaar te verstarren. Ze maken
ruimte voor het uitproberen van alternatieven en onderzoek in de eigen klaspraktijk (=
actie-onderzoek).
CITAAT 2:
FASEN IN DE REFLECTIEVE SITUATIE / PRAKTIJKSITUATIE
1. praktijkervaring
opdoen
2. terugblikken op
de praktijk en
concretiseren
3. analyseren =
inzicht krijgen,
samenhang zoeken
4. vooruitblikken,
alternatieven
formuleren
5. nieuwe
praktijkervaring
CITAAT 3
VRAGEN DIE TE STELLEN ZIJN PER FASE
We geven hierbij enkele oriënterende vragen die de hierboven staande fasen in het
reflectieproces concretiseren en een eerste aangrijpingspunt zijn om een zinvol
reflectieproces op gang te brengen (Korthagen, 1993).
Fase 5 en fase 1 (terugblik op voorbereidingsfase)
• Wat wilde ik bereiken?
• Waar wilde ik op letten?
• Wat wilde ik uitproberen?
Fase 2 (terugblik op praktijkervaring )
• Wat gebeurde er concreet?
Wat wilde ik doen? Wat wilde ik daarmee bereiken?
Wat deed ik?
Wat deden de leerlingen?
Welk effect had mijn gedrag op hun gedrag?
Wat dacht ik, wat voelde ik?
Wat denk ik dat ze wilden, dachten, voelden?
Fase 3 (analyse)
• Wat is de samenhang tussen de antwoorden binnen fase 2?
• Wat is de invloed van de klascontext, de school, de bredere maatschappelijke context?
• Wat is de positieve ontdekking?
• Wat is het probleem?
Fase 4 (bijsturing of uitbreiding van het eigen repertoire)
• Welke alternatieven zijn mogelijk?
• Wat zou ik een volgende keer wel / niet doen?
• Welke voordelen kan deze keuze bieden?
• Welke nadelen kan deze keuze bieden?
Uit de vragen hierboven blijkt dat reflecteren slechts mogelijk is vanuit een referentiekader,
vanuit een bepaalde achtergrond van kennis, verwachtingen, veronderstellingen,
bedoelingen. Die beïnvloeden de wijze van waarnemen en analyse en vormen de basis van
het handelen. Concreet betekent dit dat de student over enig inzicht dient te beschikken
omtrent onderwijsgedrag en alle beïnvloedende factoren en mogelijke gevolgen.
De student zal die items kiezen die voor deze les en voor de volgende stap in zijn
persoonlijke groei als leraar meest relevant zijn. De kritische incidentmethode is
hierbij uiterst bruikbaar. Hij overloopt daarbij bovenstaande vragen en
beantwoordt die die relevant zijn in het kader van zijn individueel leerproces.
Homepage Terugspeeltheater Amsterdam
|